Therapeuten

Jij als therapeut, psycholoog of psychiater hebt de mogelijkheid gecreëerd mensen te ontmoeten met een verscheidenheid aan psychische problematiek. Je hebt er hele studies aan gewijd en in de meeste gevallen een hoop praktische ervaring opgedaan met het werken aan jezelf. Je hebt hart voor je vak en je intenties zijn goedbedoeld.

In mijn ogen bestaan er geen slechte of goede therapeuten.

 Soms gaat het echter ‘mis’. Dit heeft vaak te maken met een verwachtingspatroon. Daarnaast onderschat een therapeut nogal eens de invloed van zijn eigen persoonlijkheid. De meeste mensen die in de knel raken zijn ronduit gevoelig voor nonverbale signalen. Daarom is het belangrijk dat een therapeut zich uitermate bewust is van zijn Zijn.

Iedere therapeut zou zich af moeten vragen wat hij nou eigenlijk wil bereiken. Iedere therapeut zou zich bewust moeten zijn hoe hij zijn persoonlijkheid inzet onder HET MOM de ander te helpen. In feite ben je er alleen op gericht om jezelf te helpen ( met wat dan ook:   zowel ‘macht’ als ‘inzicht’  zijn mogelijke persoonlijke doelen). Niets meer en niets minder dan dat.

Dit impliceert geen beschuldiging, het gaat er om dat je ziet wat er werkelijk gaande is. Het kan heel erg moeilijk zijn om je ware motieven onder ogen te zien. Want wat nu als je de zeggenschap (lees: macht) over een cliënt krijgt ?

In een gesloten inrichting heb ik gezien hoe verpleegkundigen mensen dwongen om de isoleercel in te gaan. Waarlijk ervan overtuigd dat dit de beste oplossing is voor dat moment. En misschien was dat ook wel zo. Waar het nu om draait is : ben je als verpleegkundige je bewust van je denkbeelden en emoties die deze actie met zich meebrengt ? Ik bedoel maar, het is nogal wat om iemand met geweld in een hok te stoppen, of  met een grote sleutelbos al die deuren achter je op slot te draaien. Is een psychiater zich bewust van zijn  ware motieven achter zijn besluit die hij neemt voor zijn cliënten ?

Termen als ‘verantwoordelijkheid‘ en  ‘bescherming’ liggen op de loer. Maar kijk nu eens naar binnen. Wie is het die zich achter deze termen verschuilt ?

 De ware opdracht ligt hem in het openstaan voor de ander en de ander zien als jouw compleet gelijkwaardige waarmee in een (therapeutische) relatie een uitwisseling cq ontmoeting plaatsvindt. Zowel binnen als buiten een kliniek.

Hiermee komen we op het gebied van ware zelfkennis. Uiteindelijk heb jij geen macht over jouw persoonlijkheid en je motieven, en jij hebt geen macht over jouw clienten. Zowel jouw clienten als jouw persoonlijkheid zijn slechts denkbeelden waarvan jij denkt dat ze waar zijn.

 Met name schizofrenen en mensen die positieve psychoses ervaren, wijzen continue naar dit gegeven. Er wordt voortdurend een beroep gedaan op het zien van Machteloosheid en het vinden van het ware zelf. Als werkelijk Machteloosheid wordt gezien, sta je met lege handen. Paradoxaal genoeg vindt dan een wezenlijke ontmoeting  plaats. Want precies in deze machteloosheid ligt de kracht van bevrijding: het aanvaarden wie je werkelijk bent. Wie moet er dan nog genezen worden ?

Een supporting open-minded therapeut is dan ook cruciaal voor een begeleiding van een persoon die zich in een psychose waant.

Advaita

 Vandaag de dag wordt er steeds meer een poging gedaan om traditionele therapieën te combineren met het zelfonderzoek-concept uit de advaita vedanta. Een steeds terugkerende vraag is de volgende:

Heeft advaita-onderricht nut als de persoon daar niet rijp voor is ?

Wat is eigenlijk het nut is van advaita-onderricht ? Onderricht heeft altijd te maken met kennis en overdracht. Met andere woorden: hier valt iets te halen. In wezen is er geen nut en geen persoon. Die hele vraag bestaat slechts bij de gratie van geloof in nut en personen.

Bovenstaande vraag wordt  gesteld vanuit een persoonlijkheid die er van uit gaat dat de ander rijp of niet- rijp zou kunnen zijn om te kunnen zien... dat de persoonlijkheid niet bestaat. Dat is onmogelijk !

Kijk, er komen twee mannen aan. De één draagt een groene hoed, de ander een rode. Als de mannen elkaar ontmoeten geven ze een hand en tillen ze even hun hoed op. Tijdens deze kennismaking zegt de groene hoed tegen de rode hoed: goh, wat leuk, jij bent rood en ik ben groen.

Zegt de rode hoed: nou, wat nog leuker is, is dat ik door mijn rode kleur zie dat jouw groen niet bestaat. Maar dat begrijp je nog niet, want jouw groen is nog niet gerijpt tot mijn rood.

Zegt de groene: maar hoe kan mijn groen niet bestaan als je ziet dat mijn groen nog rood moet worden?

Zie,  je kunt mijn kleur alleen maar beoordelen vanuit jouw kleur. Maar het Zelf, waar veranderlijke concepten als ‘rijpheid’ en ‘kleuren’ in verschijnen, is kleurloos, rijploos en oordeelloos. 

De advaita-benadering ziet het door elkaar halen van het ware zelf en eigenschappen van het persoonlijke ik  als grondslag voor de conflicten. Dat is dus precies wat er gebeurt bij het stellen van deze vraag en daarom is de vraag zelf conflictueus en dus Niet Waar.

Zoiets als ‘rijpheid’ is helemaal niet aan de orde. Laat je  als therapeut niet  misleiden door je oordelen. Niet jij bepaalt of een ander ‘jouw onderricht in advaita’ herkent.

 Het idee dat er een zekere rijpheid aanwezig zou moeten zijn voordat men de weg naar het zelf zou kunnen bewandelen is een aardigheidje om het concept van één of ander te bereiken doel in stand te houden. Met andere woorden: om het lijden in stand houden. Ik beweer hier: er is géén weg, er is geen rijpheid.

Anne Vogy