HET TABOE OP DADERSCHAP

In ieder van ons schuilt op het niveau van geloof in identiteit het concept 'daderschap'. 

 Uit interviews met moordenaars blijkt dat zij op het moment dat zij wrede daden verrichten, vaak ervaren dat zij er ‘zelf niet bij’ zijn. Er treedt dan depersonalisatie op. Alsof een mechanisch systeem het functioneren van lichaam en geest overneemt.

Sommige mensen denken dan dat daders afgescheiden zijn van Liefde, God, Eenheid, of wat voor een benaming dan ook. Dit is niet waar. Afscheiding bestaat niet. 

Depersonalisatie is een natuurlijk verschijnsel waarbij je onder extreme omstandigheden ervaart dat afstand genomen wordt van de persoon die je dacht te zijn.

 Daders kunnen gefascineerd raken door het fenomeen depersonalisatie.  Wreed gedrag – zowel naar zichzelf of naar de ander -  blijft zich herhalen omdat dit gedrag gebaseerd is op een automatisch actie/ reactiepatroon. Meestal al gevormd in de vroege kindertijd. Als een dader zulk wreed gedrag vertoont kan hij het gevoel krijgen dat hij er zelf niet bij is. Een dader kan gefascineerd raken door  depersonalisatie omdat een dader wil zien dat hij met niets anders bezig is dan met zijn eigen persoonlijke vernietiging. Hij wil zichzelf vernietigen maar projecteert dit op de ander. De fascinatie zit hem in het feit dat hij afscheiding ervaart van zowel zichzelf als van het slachtoffer. Op dat moment ziet hij dat hij onmogelijk dader of slachtoffer kán zijn.Hij distantieert zich immers van beide concepten.  Het realiseren van deze ervaring, oftewel het doorzien van concepten als dader en slachtoffers,  is niet blijvend en daarom werkt het wrede mechanisme van de dader gewoon door.

Belangrijk is daarom om dit mechanisme te onderzoeken.

Verantwoordelijkheid 

Een steeds terugkerende discussie is de vraag  of daders verantwoordelijk mogen worden gesteld voor hun daden. Het antwoord is altijd ja. Verantwoordelijkheid is namelijk een idee dat alleen bestaat op het niveau van het geloof in dader en doenerschap en de zogeheten vrije wil.

Daders kunnen heel goed zien dat hun wrede mechanisme onverminderd doorwerkt als de maatschappij hen hun gang laat blijven gaan. Gelukkig zijn er mensen die zichzelf met dit inzicht de rest van hun leven laten opsluiten. Zo hoorde ik eens een gevangene beweren:

“Ik ben niet vrij. Niet hier binnen, maar ook niet buiten. Niemand heeft er wat aan als ik weer een meisje vermoord. Ik kan er niks aan doen dat ik zo gebouwd ben.” Dit zijn mensen die heel goed beseffen wat zij gedaan hebben en dat zij niet over een  vrije wil beschikken om hun geaardheid te veranderen. Zij beseffen hun diepgewortelde slaafsheid aan hun daden. In dit besef ligt het zien van verantwoordelijkheid.

Anne Vogy

NRC 19 januari 2013 / neurobiologie zet vraagtekens bij de vrije wil