De kwestie van de vrije wil

 De Wil's wil is wet, in alle vrijheid.

Daar ben ik snel klaar mee. ‘De wil is vrij’ is het zelfde als een ‘doorgaande doodlopende weg’.  De doodlopende weg kan net zolang doorlopen  zoals die zichzelf bouwt. De wil is net zo vrij als het zichzelf toestaat.  De wil ’s wil is wet, in alle vrijheid.  Kortom: er is niets vrij’s aan de wil, en de wil naar vrijheid is niet vrij, anders was er geen wil. (Natuurlijk is dit een beetje een lullig woordspelletje, dus je komt niet onder zelfonderzoek uit.) 

Zelfonderzoek  

Er zit niets anders op om je eigen wil te onderzoeken. Waar begint nou eigenlijk je wil? Wanneer wil je iets? Wie is eigenlijk de baas over je wil? Er is al veel  onderzoek gedaan waaruit blijkt dat we onze besluiten pas bewust worden als de hersenen allang een beslissing hadden genomen. Hieruit kan ik concluderen dat de hersenen, onderdeel van het lichaam, beslissingen neemt voor het lichaam. Het lichaam wordt  in principe ook gedacht door die hersenen.  De hersenen (en dus het lichaam) denken zichzelf.

Dat blijkt ook uit mijn eigen persoonlijke experimenten waarmee ik mijzelf dagelijks lastig val: welke weg neem ik naar school? Wat zal ik eten?  Wat denk ik nu? Waarom denk ik dat? 

Het lijkt er in mijn onderzoek het meest op dat mijn beslissingen voortkomen uit emoties en een continu naar balans zoekend lichaam.( wat ook alweer gedacht wordt natuurlijk)  De weg van de minste weerstand, de weg van verlangen naar fysieke bevrediging bepalen de keuze. Heel primair. Het( gedachte) lichaam en de ( gedachte)omgeving  lijken meer ‘mijn  wil’ te bepalen dan mijn gedachten over wat ík nou wil.

(Ik wil bijvoorbeeld iedere avond na het eten nog een boterham met hagelslag, en waarom wil ik dat, omdat mijn lichaam dat zo verrekte lekker vindt. Maar ik wil helemaal geen boterham met hagelslag, waarom niet, omdat ik er ’s nachts misselijk van wakker wordt en ik er steeds dikker van word. Wat wil ik nou eigenlijk echt?! Ik denk dat ik een keuze heb, maar mijn ik voert een  strijd en kan niet kiezen. Uiteindelijk kies ik de weg van de minste weerstand: de boterham wordt gelukzalig opgesmikkeld. Hoe mijn ik ook streed, er is maar één keuze mogelijk en die gaat vanzelf: de verslaving aan ervaringen van gelukzaligheid. Had ik ook maar iets te willen?)

Met andere woorden: gedrag (inclusief alle zogenoemde ‘keuzes’) is altijd het product van een oneindig gecompliceerd krachtenspel, waarin allerlei invloeden en neigingen (schijnbaar) tot een bepaalde uitkomst leiden. En in dat krachtenspel zit uiteindelijk geen kiezende kern, al lijkt dat wel zo. Zelfonderzoek kan aan het licht brengen dat die schijnbaar kiezende kern een fictieve spookgestalte is.

 De paradox

Of de wil nu vrij gedacht wordt, of niet, het maakt Het Denken niet zoveel uit, zolang het maar in zijn eigen Denken blijft geloven. Zolang het maar in de vrije wil blijft geloven. Of in de nietvrije wil. ’t Is maar wat je wil natuurlijk... Hierin ligt namelijk geen Waarheid.

De waarheid ligt niet in vrijheid, zolang deze vrijheid een concept is van een tegengestelde ( bijvoorbeeld nietvrijheid/wil/gevangenis). Als je goed kijkt naar de term ‘vrije wil’, dan ligt daarin de waarheid besloten: vrijheid én wil zijn beide bedachte concepten  zodat je identiteit zich kan bewegin in de daartoe beschikbaar gestelde ruimte en tijd. Is dat geen prachtige schepping? De kunst is dus om naar beide concepten te kijken zonder deel te nemen aan een eeuwenoude discussie die zich eindeloos voort blijft zetten zolang niet gezien wordt dat vrijheid en wil onafgescheiden verenigd zijn.

Daarom adviseer ik: geloof vooral wat je zelf goed uitkomt ! Dat is pas echt ongeconditioneerd en bevrijdend ! Hierin zit meteen de paradox: omdat je in werkelijkheid de Vrijheid Zelve bent, geloof je van nature al wat je goed uit komt! Hierin is geen doener. Geloof - niet geloof - twijfel; allemaal concepten die helemaal vanzelf geregeld worden. Openheid is hier opnieuw het sleutelwoord.

Tot slot: als je zoiets als ‘vrije wil’ onderzoekt, kun je de onderzoeker zelf nooit uitsluiten. Je bént wat je onderzoekt. Onderzoekers die onderzoeken naar een definitie van ‘bewustzijn’ zullen altijd blijven ronddralen in het denken. Het Bewustzijn is daarom per definitie een onontgonnen gebied.

Ánne Vogy