Toen ik een boek las van de middeleeuwse monnik Meister Eckhart ( van God wil ik zwijgen), kon ik mijn geluk niet op.  Ik ben  een halfbakken christen: mijn neutrale ouders stuurden me naar een streng protestans gereformeerde basisschool (de enige basisschool in het dorp) en wat ik daar hoorde heeft zijn sporen achtergelaten. Het werk van Eckhart heb ik in één adem uitgelezen. Voor mij was het een feest van herkenning. De preken van Eckhart ( let op: NIET de schrijver Tolle Eckhart !) staat eigenlijk bol van de visie die de advaita vedanta uitdraagt.

Er is nu een boek op de markt die de overeenkomsten onderstreept tussen christendom en advaita, aan de hand van de ervaring van meister Eckhart. Hieronder enig plak- en knipwerk ter informatie over het boek van Zuijderhoudt: 

Meester Eckhart versus advaita (Auteur: C.B. Zuijderhoudt) 

  Beschrijving

Advaita is, net als zen, een directe bevrijdingsweg door middel van zelfrealisatie. Ooit was een dergelijke mysterieschool ook binnen het christendom aanwezig, met name in de laatmiddeleeuwse mystiek, die in haar methode van aanpak het best gerepresenteerd wordt door de bekende mysticus Meester Eckhart (ca. 1260 -1328).
In dit boek is de benadering van de advaita naast die van Meester Eckhart geplaatst. Zevenhonderd jaar tijdsverschil wordt hierdoor moeiteloos overbrugd en de tijdloze essentie kristalliseert zich glashelder uit.
Waar het in beide benaderingen om gaat, en wat eigenlijk niet voor discussie in aanmerking komt, is de directe, pure ervaring. Op praktische wijze wordt in Meester Eckhart versus advaita richting gegeven aan eenieder die binnen de christelijke cultuur de directe godservaring niet meer weet te vinden.
C.B. Zuijderhoudt (1944) kwam met mystiek in aanraking door zijn studie vergelijkende godsdienstwetenschappen. Zijn advaita-leraar Alexander Smit bracht hem tot het zien van zijn ware natuur. Mede daardoor werd ook de mystiek van Meester Eckhart herkend als een directe bevrijdingsweg.

 

'Een christen op satsang ' is de titel van een boek waarin gesprekken beschreven staan over God, geloof, waarheid en illusie en waarin een link wordt gelegd naar het Christendom.  Het is geschreven door Simon Schoonderwoerd.

.

Ik vermoed dat de auteur van dit boek  een gesprek verwoordt met zichzelf. Dat hij van huis uit christen is maar onverhoeds in aanraking is gekomen met nondualiteit. (Als het anders ligt dan hoor ik dat graag.)

In het begin van het boek  zou een crhistelijke lezer  het gevoel kunnen krijgen dat hij zich voor de zoveelste keer moet verdedigen tegen aanvallen op zijn geloof, omdat de vraagsteller met kritiek aan komt zetten die misschien wat  clichematig overkomt.

De Christen geeft dan op een gegeven moment aan dat hij denkt dat het een oeverloze discussie wordt en zijn gesprekspartner stelt voor om dan stil te staan bij begrippen als x91geloven, niet geloven of betwijfelen

Vervolgens maakt laatstgenoemde een vergelijking met Sinterklaas en Christen voelt zich in de maling genomen. Is het nu Advaita's bedoeling om hem met dit soort goedkope vergelijkingen van zijn geloof in God af te brengen?

Advaita: Nee, je mag van mij geloven wat je wilt. Wat ik je wil laten zien is dat geloven in de zin van x91iets voor waar aannemen een tamelijk willekeurige aangelegenheid is. Zolang er vrij van gedachten gewisseld kan worden is er niets aan de hand. Dit kan veranderen als een groep ervan overtuigd raakt dat hun visie op God of hunheilige boek de enige juiste is. Jouw beeld en jouw visie zullen altijd ongeloofwaardig blijven voor veel mensen. Kun je iemand verantwoordelijk houden voor het feit dat hij een bepaald verhaal geloofwaardig vindt of niet? Geloof je in Sinterklaas als ik op ongeloof de doodstraf zet?

Christen: Daarom is het belangrijk dat we mensen niet alleen met woorden overtuigen…. we moeten niet alleen de waarheid vertellen, maar ze vooral de liefde laten zien.

Het gesprek gaat nu over waarheid en liefde, maar mondt uit in een herhaling van zetten.

Nadat Christen heeft aangegeven dat hij zich nogal belachelijk gemaakt voelde omdat hij voelt alsof er lekker ingehakt wordt  op zijn geloof, wil hij weten wat Advaita nu zelf eigenlijk gelooft.

Advaita geeft aan dat hij niet de inhoud van Christens geloof belachelijk wilde maken, maar dat hij het fenomeen 'geloven' wilde onderzoeken.

Vanaf hier wordt het gesprek interessant omdat beide partners nu op zoek gaan naar begrip van het fenomeen 'geloof' . Zonder dat Christen hierin van zijn geloof af stapt, staat hij open voor de visie van Advaita en Advaita wijst naar overeenkomsten tussen het christelijk geloof en de visie van Advaita. Overeenkomsten die in de visie van Advaita echter op een andere manier uitgelegd worden.

Christen verliest hierbij geenszins zijn standvastigheid: "Met dit soort gesprekken merk ik toch steeds dat ik je kwijt raak. Het is aan de ene kant zo anders dan wat ik altijd geloofd heb en waar ik mee bekend ben. Aan de andere kant voel ik op de xe9xe9n of andere manier aan dat het klopt en vallen dingen op hun plaats. Maar je hebt me nog niet overtuigd."

Het idee dat hier iemand overtuigd moet gaan worden is de grote valkuil.

Advaita geeft aan dat het niet gaat om overtuigen, want dat betekent dat Christen iets anders moet gaan geloven dan wat hij nu gelooft. En dan is er weer een nieuw geloof,  God beware me!

Advaita is geen geloof of overtuiging, advaita stimuleert onderzoek naar geloof en overtuiging. Het gaat hierbij niet om de inhoud van geloof, maar het fenomeen geloof an sich. Advaita stimuleert bewustwording van je geconditioneerde identiteit die gebaseerd is op de wet van oorzaak/ gevolg ( welke ook is gebaseerd op een geloof.)

Nog een rijtje: