Advaita Vedanta en het geloof in God

 Hier wil ik graag een hoofdstuk aan wijden omdat de meeste mensen in het Westen als zoekende veelal het eerst in aanraking komen met het Christendom. Een zoektocht naar God of religieuze ervaringen is dan meestal het gevolg.

Er zijn talloze overeenkomsten tussen de leer van de Advaita Vedanta en het Christelijk geloof. Overeenkomsten die in de Advaita echter op een andere manier uitgelegd worden.

Een  Christen is overtuigd van zijn geloof en ziet in God een machtige entiteit buiten zichzelf. De waarheid die hierin ervaren wordt kan en mag niet ontkend worden.

Daartegenover is Advaita géén geloof of overtuiging; Advaita stimuleert onderzoek naar geloof en overtuiging. Het gaat hierbij niet om de inhoud van geloof, maar het fenomeen ‘geloof’ an sich. Advaita stimuleert bewustwording van je geconditioneerde identiteit die gebaseerd is op de wet van oorzaak/ gevolg ( welke ook is gebaseerd op een geloof.)

Een overtuigd Christen heeft geen ongelijk als hij beweert dat hij in God gelooft als de Almachtige Schepper. De ultieme waarheid sluit namelijk geen enkele waarheid uit !

 In de visie van de Advaita bestaat er niets buiten jouzelf. De wereld verschijnt als ervaring IN jou. Er is geen scheiding tussen Jou en De Wereld ( nondualiteit – geen tweeheid). Geen scheiding tussen innerlijk en uiterlijk. Het geloof in God als iets buiten jezelf is dus niet in strijd met wat dan ook.

Ooit zag ik een televisieprogramma die ging over mensen die moeite hadden met het geloof in God. Deze mensen gingen in gesprek met Christenen die hen dan wilden helpen toch in het Christelijke geloof waarheid te vinden.

Zo was er een oude verbitterde man die in zijn leven veel tegenslagen had gehad. Hij was zijn vrouw verloren en kon zich niet over dit verlies heen zetten. Hij gaf God de schuld van alles wat hem overkomen was en daarom keerde hij zich van God af. Hij werd uitgenodigd om naar een klooster te komen. Een monnik  vroeg hem zijn gevoelens en problemen op papier te zetten. Toen hij dat gedaan had vroeg de monnik of hij zijn papier dan aan een speciale boom wilde hangen.  Hiermee gaf hij zijn problemen symbolisch over aan God.

De oude man haalde zijn schouders ervoor op. De monnik probeerde hem duidelijk te maken dat  hij zijn problemen nu bij God had gelegd, maar de man ervoer dat zijn problemen nog steeds van hem waren. Dat komt omdat de monnik God aanbiedt als afgescheiden entiteit en zolang de man zich daarvan afgescheiden ervaart zal de man geen vrede vinden.  Zo’n iemand als God die  lijden allemaal toelaat is een God van niks, vond de man verbitterd.

 Naar aanleiding van deze gebeurtenis is de link naar Advaita dit: de man ziet dat hij lijdt (want hoe weet hij anders dat hij lijdt?). Dit zien van zijn lijden lijkt een afsplitsing van jezelf (je kijkt naar jezelf, je bent je bewust van jezelf). De mens heeft de gave om afstand te nemen van zichzelf. Je kunt je  altijd voorstellen dat je jezelf ziet door de ogen van een ander. Welnu, die ‘ander’ is immers ‘jezelf’, want jij bent het die die voorstelling maakt. Je beziet jezelf vanuit een ander standpunt. Als je aandacht geeft aan dit standpunt van kijken, dan zie je dat je hele persoonlijkheid verschijnt in dit Zien.

Er kan dus een mentale scheiding gemaakt worden tussen het zien van je lijden en het zien zélf. Echter, dit laatste zien, kun je nooit zien, want dan zie je het zien van het zien en die ziet dan weer het zien van het zien en zo verder. ‘Daar’ waar in het zien niemand meer opduikt die zich dat zien toeëigent, dat is wat jij bent.  De laatste ziener  kun je nooit zien en dat is wat JIJ bent. Jij , Jij, met een hoofdletter want:  daar is God. God (voorlopig even) als mentale afscheiding. Hier komt het Christelijke “God ziet alles” vandaan. God is het Zien.

Christenen zien het als godslastering als je beweert dat je God zelf bent. Ze hebben geen ongelijk, want  jij bent niet God, nee, God is jou!  Hier komt het Christelijke “God’s wil” vandaan. Er bestaat geen vrije wil, hoe kan iemand ooit tegen de wil van God ingaan? Wat je ook denkt te willen en te kiezen, jij verschijnt in God.

Christenen maken van God een mentale afscheiding.  Dit is juist, maar ook weer niet. Een persoonlijkheid heeft in eerste instantie niets met God te maken, want een persoonlijkheid leidt gewoon zijn leventje en denkt dat hij zijn eigen wil doet. Jij hebt je volledig geidentificeerd met je persoonlijkheid. Deze identificatie is echter niets anders dan verslaafd denken die zich afgescheiden waant van God.

De persoonlijkheid kan God niet zien, zoals een oog zichzelf niet kan zien. (Hier komt het Christelijke “gij zult geen afbeeldingen aanbidden” vandaan. )

Een Christen gelooft in een mentale afscheiding, maar hij gelooft tegelijkertijd dat God ervaren kan worden. Hoe kun je God ervaren als je God zijn werk niet IN jou laat doen? God kan ervaren worden als je hem toelaat, dat wil zeggen, in Christelijke termen:  als je je persoonlijkheid overgeeft aan God. De persoonlijkheid in Gods handen leggen is niets anders dan Overgave aan Dat wat Is.

In Advaitatermen wordt gezegd: de persoonlijkheid is een illusie, geef die persoonlijkheid op.  In Christelijke termen: geef je over aan God.

Maar een persoonlijkheid kan nooit losgelaten worden. Hoe kan jij jezelf loslaten? Je ego loslaten is onzin. Je ego zal zichzelf nooit opgeven. En dat hoeft ook niet. Je kunt je persoonlijkheid wel óvergeven door te zien dat er geen doener is. Vrije wil is een illusie.

In Christelijke termen: God toelaten en Zijn Wil volgen.

In advaitatermen: bewustworden van ‘Dat Wat Ziet’. 

Wat wil God volgens het Christendom? Dat je Hem volgt, dat je je overgeeft aan Hem. God draagt jou. Hierin zit namelijk de bevrijding, het Beloofde Paradijs.  God toelaten betekent:  ervaren dat je gedragen wordt. God ervaren betekent de willekeur loslaten en je leven in Gods handen leggen. 

Advaita: In principe doet of wil God niets. God doet niets omdat jij hem zal vinden in Zijn Schepping. En dat bén jij.

 In de traditie van het Christendom gaat men naar een kerk om te bidden of om te luisteren naar de preek van de pastor of een dominee. In de traditie van de Advaita Vedanta komt men bijeen om vragen te stellen aan een leermeester. Deze bijeenkomsten worden ‘satsangs’ genoemd. Door middel van vragen en antwoorden wordt kennis overgedragen.

 Omdat er in wezen geen ‘ander’ is zijn eigenlijk altijd alle satsangs voor, met en door jouzelf gecreëerd.

Anne Vogy